Parasja van de Week

Aankomende evenementen

18-12-2022

Chanoeka

17.30

03-05-2023

WUPJ Congres: Connections 2023

9.30

 

 

Sjabbat 10 december 2022/ 16 Kislev 5783, Wajisjlach, Beresjiet /Genesis 32:4 – 36:43

            Tanach blz. 66 – 75

Haftara: Owadia 1:1 – 21

            Tanach blz. 1178

Vertaler: Channa Kistemaker

Commentaar: Rabbijn Jonathan Neril  is oprichter en leider van het Interfaith Center for Sustainable Development.

Oorspronkelijke Engelse tekst: https://www.myjewishlearning.com/article/small-vessels/

__________________________________________________

 

Waarom Jaäkov terug gaat voor een paar vaten 

Vlak voor Jaäkovs epische ontmoeting met Esav, de hereniging met zijn broer na tientallen jaren van vervreemding, brengt Jaäkov zijn familie en bezittingen over een rivier. ’s Nachts keert hij terug naar de andere kant van de stroom, en de Tora vertelt dat: “Jaäkov bleef achter, helemaal alleen.” De rabbijnen zien het woord “alleen” (levado) als overbodig, en interpreteren het in samenhang met het gelijkluidende lecado, “voor zijn vat”, zodat zij het lezen als: “Jaäkov bleef voor zijn vat.”

 

Dat wil zeggen, zeggen de rabbijnen, hij stak ’s nachts de stroom weer over om een paar kleine vaten te bergen die hij had vergeten naar de overkant te brengen. Waarom laat Jaäkov, geconfronteerd met een dreigende confrontatie met Esav en zijn 400 man tellende militie, zijn familie ’s nachts alleen en kwetsbaar achter om een paar vergeten kruiken terug te halen? Waarom waren ze zo belangrijk voor hem?

 

De schijnbare absurditeit van Jaäkovs handelwijze wordt begrijpelijk als men zijn wereldbeeld onder de loep neemt: hij gelooft dat alles wat hij bezit van God komt, een specifiek doel heeft en ten volle moet worden benut. Zoals een rabbijns commentaar uitlegt, is elk materieel voorwerp dat een rechtschapen persoon gebruikt een middel tot geestelijk herstel in de wereld. Jaäkov ging terug voor de vaten om ervoor te zorgen dat ze op de optimale manier zouden worden gebruikt. Als hij dat niet had gedaan, zou hun volledige potentieel niet zijn gerealiseerd.

 

De echt rechtvaardigen erkennen de waarde van hun door God gegeven bezittingen en gaan er heel voorzichtig mee om, hoe klein of ogenschijnlijk onbeduidend ze ook zijn. Hoewel ze niet overdreven gehecht zijn aan materiële dingen, gooien ze spullen niet voortijdig weg en gebruiken zij ze niet op een onjuiste manier. Inderdaad, de rabbijn uit de Talmoed Rabbi Jochanan vroeg op zijn sterfbed aan zijn studenten of ze de vaten uit zijn kamer wilden verwijderen, omdat ze anders onrein zouden raken door zijn lijk en daardoor onbruikbaar worden. (Talmoed Berachot 28b)

 

Het Sefer HaChinoech, een uiteenzetting over de 613 geboden die werd geschreven in het 13e-eeuwse Spanje, biedt inzicht in de spirituele oorsprong van Jaäkovs handelwijze. Met betrekking tot het gebod om niets door verkwisting te vernietigen (bal tasjchiet), staat er:

 

De grondreden voor dit voorschrift is bekend: het is om onze geest te trainen om lief te hebben wat goed en heilzaam is en om daaraan vast te houden. Als  gevolg daarvan zal het geluk ons vergezellen, en zullen we ver verwijderd zijn van alle slechte dingen en van elke vorm van vernietiging … Ze zullen zelfs geen mosterdzaadje in de wereld vernietigen, en ze zijn bedroefd bij elke ondergang en bederf dat ze zien; en als ze in staat zijn om iets te redden, zullen ze met al hun macht alles van de ondergang redden.

 

Het Sefer HaChinoech helpt te verklaren wat Jaäkov bewoog tot die uitzonderlijke poging om een paar vaten te redden: liefhebben en vasthouden aan wat goed is in de wereld, en elke vorm van verspilling voorkomen.

 

In deze geest legt rabbijn Samson Raphael Hirsch uit dat het gebod ‘niet vernietigen’ “de meest omvattende waarschuwing is aan mensen om de positie die God hen heeft gegeven als meesters van de wereld en haar materie niet te misbruiken voor impulsieve, hebzuchtige, of alleen maar gedachteloze verkwistende vernietiging van wat dan ook op aarde.” In zijn boek Horeb werkt hij dit uit door middel van een hypothetische verklaring van God:

 

“Alleen als je de dingen om je heen gebruikt voor wijze menselijke doeleinden, geheiligd door het woord van Mijn [Gods] leer, alleen dan ben je een mensch en heb je het recht over die dingen dat Ik je als mens heb gegeven… Echter, als je vernietigt, als je ruïneert, dan ben je op dat moment geen mens … en heb je geen recht op de dingen om je heen. Ik heb ze je alleen voor verstandig gebruik geleend; vergeet nooit dat ik ze aan jou heb uitgeleend. Zodra je ze onverstandig gebruikt, of het nu de grootste of de kleinste zijn, pleeg je verraad tegen Mijn wereld, pleeg je moord en diefstal van Mijn eigendommen, zondig je tegen Mij!”

 

Het opnieuw oversteken van de stroom door Jaäkov legt een opvallend contrast bloot tussen twee wereldbeelden over materiële bezittingen. De één ziet de dingen die we bezitten als essentieel en onmisbaar; de ander beschouwt ze als vervangbaar en om weg te gooien.

 

Voor ons, levend in een wereld van overvloed waar het zo gemakkelijk is om dingen weg te gooien, vormt het voorbeeld van Jaäkov een bijzondere uitdaging. In 1955 wees de analist van de detailhandel Victor Lebow op een trend in de consumptiemaatschappij, die ons wegvoert van aandacht voor bezittingen en naar een kortetermijnvisie. Hij schreef:

 

“Onze enorm productieve economie… vereist dat we  het consumeren tot onze manier van leven maken, dat we het kopen en gebruiken van goederen omvormen tot rituelen, dat we onze spirituele bevrediging, onze ego-bevrediging, zoeken in consumptie… We hebben dingen nodig die geconsumeerd, verbrand, steeds sneller versleten, vervangen en weggegooid worden.” (The Journal of Retailing)

 

De trend die hij beschrijft is in de halve eeuw sinds Lebow deze woorden schreef alleen maar sterker geworden. We gooien bruikbare spullen weg omdat ze een paar jaar oud zijn en misschien achterhaald door nieuwe producten; we gooien kleding en apparaten weg en kopen nieuwe in plaats van ze te repareren; en we zijn gewend goederen kopen in wegwerpverpakkingen.

 

Onze relatie met de hulpbronnen die we consumeren heeft aanzienlijke gevolgen voor de planeet. De meeste grote dingen die in de wereld gebeuren, zijn eigenlijk alleen maar de gevolgen van een heleboel kleine dingen bij elkaar. Een wereldwijde consensus van wetenschappers heeft verklaard dat menselijk handelen de klimaatbalans op aarde verandert, met waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de menselijke beschaving. Ze voorzien intensere stormen en overstromingen, veranderende verlopen van ziekten en een zeespiegelstijging die honderden miljoenen mensen in laaggelegen gebieden bedreigt.

 

Hoe is het mogelijk dat mensen zo’n wijdverspreide ontwrichting kunnen veroorzaken? Het is echt een kwestie van de kleine vaten – het delven van aluminium voor één blikje, het vervoeren van een glazen fles naar een afgelegen stortplaats, evenals talloze andere kleine handelingen – vermenigvuldigd met 250 jaar industriële samenleving en miljarden mensen.

 

De wereldwijde milieucrises van vandaag kunnen op geen enkele groep mensen of naties worden afgewenteld, en om ze op te lossen is de deelname van miljarden individuen vereist. Het is op dit cruciale niveau van het individu dat de handelwijze van Jaäkov zo fundamenteel kan aanspreken. Jaäkovs terugreis voor twee of drie vaten leert ons dat kleine dingen ertoe doen. In ons consumententijdperk is de boodschap alleen maar relevanter geworden. We hebben allemaal het potentieel om echt rechtvaardig te zijn. Mogen we leren van het voorbeeld van Jaäkov en op een meer van het Goddelijke bewuste en een duurzamer manier gaan leven.