Parasja van de Week

Choekat   Bemidbar / Numeri 19:1–22:1  

Slangen
en eerste successen

De parasja Choekat 1 bevat veel dood naar ook wendingen in de goede richting.

De rode koe

Het begint met het ritueel van de ‘rode koe’. Voor mensen en dingen die in contact zijn gekomen met een dode dient reiniging plaats te vinden en daarvoor moet een smetteloze ‘maagdelijke’ rode koe (para adoema) – een uiterst moeilijk te vinden beest – buiten het kamp volgens een complex ritueel worden geslacht en verbrand; dan kan de as vermengd met water voor de reiniging worden gebruikt door o.a. besprenkeling. Voorbeeld van een ‘chok‘, een wet waarvoor geen ratio is te vinden, zelfs Sjlomo Hamelech (koning Salomo) is het niet gelukt.

Achtendertig jaar later: Mirjam en Aharon sterven en het volk trekt verder

Op dit punt heeft de Tora 38 jaar laten verstrijken, wat uit de tekst impliciet blijkt. Een nieuwe generatie is opgestaan en de leiders van het volk zijn hoogbejaard geworden. Al die tijd hebben ze waarschijnlijk in de oase van Kadesj doorgebracht.

Meteen na het voorschrift van de rode koe wordt de dood van Mirjam, Mosjee’s zuster, beschreven. Dan volgt het bekende incident bij het water van Meriva. Mosjee en Aharon bewerken voor het dorstige volk het waterwonder, maar geven de eer ervan niet aan de Eeuwige, die hen aankondigt dat zij geen van beiden het beloofde land zullen betreden.

De Israëlieten breken na 38 jaar op van de oase van Kadesj en trekken verder richting Kenaän. De reis gaat verder. Voor Aharon komt de dood al spoedig. Hij bestijgt, honderdentwintig jaar oud, de berg Hor om daar te sterven. Mosjee ontdoet zijn oudere boer van zijn ambtskleren als hogepriester en bekleedt diens zoon Elazar daarmee. Voor Mosjee zal het einde drie jaar later komen.

Ontberingen en slangen

De Israëlieten trekken zuidwaarts de woestijn in, waar droogte en andere ontberingen het volk weer treffen. We gaan wat verder in op de plaag van de slangen. De morrende en dorstende massa heft weer een oude klacht aan: er is geen water, het voedsel (manna) is minderwaardig, waarom zijn wij uit Egypte gebracht, om hier in de woestijn te sterven?

De Tora beschrijft dat de Eeuwige dit gemor niet in dank afnam en giftige slangen (ha-nechasjiem serafiem) zond die de mensen bijten en velen sterven. Nechama Leibowitz 2 wijst erop dat een meer correcte vertaling is: ‘De Eeuwige liet slangen los’, want er staat niet de gewone term voor ‘zond’ –   jisjlach   – maar een andere werkwoordvorm (Pieel) van deze wortel, namelijk  ‘jesjalac’, wat dus veel meer de causatieve connotatie ‘loslaten’, ‘vrijlaten’ heeft. Wat maakt dat uit? Het vrijlaten betekent dat de Eeuwige eerder de slangen heeft ‘vastgehouden’, aldus Zijn volk tot dan toe beschermd hebbend tegen dit gevaar. Nu laat hij de natuurlijke loop van de natuur zijn gang gaan en duiken de slangen op.  

Dan doen de Israëlieten ommekeer en smeken Mosjee om hiervan verlost te worden. De oude leider krijgt nu een curieus idee ingegeven. Hij moet een koperen slang (nechasj nechosjet) maken en deze op een standaard omhoog houden; wie het hoofd heft en ernaar kijkt zal worden genezen en aldus gebeurt. Het curieuze is dat de koperen slang een brute overtreding van het tweede van de Tien Woorden, het vereren van een afbeelding-verbod, lijkt. Een verklaring die hiermee in het reine probeert te komen is, dat de omhooggehouden slang een ritueel symbolisch middel is die de zieken het hoofd weer naar de hemel doet heffen en zo de terugkeer naar geloof en vertrouwen bevordert.

Christelijke connotaties 

Even een zijsprong naar het christendom; daar heeft men vanaf het allereerste begin de Tanach (min of meer het Oude Testament) – tot ongenoegen van de Joden – afgespeurd naar gebeurtenissen en beelden, die de geschiedenis en met name het lijden van Jezus en zijn rol als verlosser van zonden zou voorafschaduwen. In deze parasja zijn er twee van deze zaken, die vele christenen als zo’n voorafschaduwing zien.  

Zo is Jezus te zien als de ideale en perfecte Rode Koe die ons reinigt van de dood. De omhoog geheven en genezing brengende koperen slang is een voorafschaduwend beeld van de gekruisigde Jezus, die de mensen van hun slangenbeetziekte – hun zonden – verlost.  

Vele Joden zullen het crucifix-beeld op dezelfde manier zien als de vrome koning Chizkijahoe (Hizkia) de koperen slang, die eeuwenlang in de tempel werd bewaard. Hij vond het maar niks, de slang was een object van bijgeloof en afgodendienst geworden. ‘Hij verwijderde de offerplaatsen, verbrijzelde de gewijde stenen, haalde de Asjerapalen omver en sloeg de koperen slang die Mosjee gemaakt had aan stukken. De Israëlieten hadden namelijk nog altijd de gewoonte voor deze slang, die de naam Koperslang (Nechoesjtan) droeg, wierook te branden’ (2 Koningen 18:4).

Eerste militaire successen 

Na de genezing via de koperen slang, omhooggehouden door Mosjee, lijkt er een ommekeer te komen in de vordering van de lange zwerftocht. In een wat chaotische tekst wordt de complexe omzwerving richting Jordaan beschreven, gedurende welke de Benee Jisrael hun eerste militaire successen behalen. Ze versloegen koning Sichon en zijn Emorieten, Og, de koning van Basjan en anderen en veroverden hun eerste gebieden aan de oostelijke kant van de Jordaan.

Sjabbat sjalom!

Noten

1. In mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 2 , heb ik nog andere optieken op de parasja Choekat behandeld en eveneens elders op de website van PaRDeS.

  1. Studies in Bamidbar, p. 260 ev  

RC Bewerkt juli 2024